Nog steeds vinden er jaarlijks gigantische hoeveelheden dierproeven plaats. In Nederland zijn er circa 80 zogenoemde vergunninghouders, die het wettelijk toegestaan is dierproeven uit te voeren. Deze locaties hebben in 2017 een totaal aan 530.568 dierproeven uitgevoerd. Dat is een toename van 17,9% (80.694 proeven) ten opzichte van 2016. Wereldwijd ligt de schatting op een gebruik van rond de 115 miljoen dieren voor proeven.

Onderzoek
Nemen we de cijfers van 2017 onder de ogen (zodra de cijfers van 2018 bekend zijn zal de publicatie uiteraard worden aangepast), kunnen we zien dat het onderzoek met dieren zich voor bijna de helft concentreert op ”fundamenteel wetenschappelijk onderzoek”. Meer exact gaat het hier om 41.7%. Daarnaast zijn de wegens wetgeving vereiste toxicologische testen voor een 13.5% vertegenwoordigt op het totaalbeeld en 10.5% voor kwaliteitscontroles.

Opmerkelijk is dat er, hoewel slechts 0.1% van het totaal (circa 530 dieren), nog steeds dieren worden ingezet voor forensisch onderzoek. Het onderwijs heeft 4.6% van het totaal aantal gebruikte dieren voor haar rekening mogen nemen. Dat lijkt niet veel maar op een hoeveelheid van 530.568 dieren telt dat toch behoorlijk op.

De dieren die gebruikt worden bestaan voor een groot deel uit in Europa gefokte dieren (al dan niet genetisch gewijzigde dieren; 27.9%). Toch zijn er nog steeds dieren uit het wild gehaald, maar liefst 2 procent van het totaal.

De dieren
Verschillende dieren worden voor verschillende experimenten gebruikt. In Nederland is op ethische grond het testen op mensapen al verboden. Tot en met 2004 werden er in Nederland nog steeds testen uitgevoerd op chimpansees. Tientallen dieren zijn toen overgeplaatst naar permanente opvanglocaties.

  • Apen: in Nederland zijn er meerdere locaties die apen als proefdier houden. Hoewel er op Europees niveau jaarlijks circa 10.000 apen worden gebruikt zit het ”epicentrum” in Rijswijk (NL), waar het grootste proefdiercentrum voor apen in Europa zit; het Biomedical Primate Research Centre. Nog geen jaar geleden zijn hier undercover beelden van naar buiten gebracht. Veel van deze apen zijn afkomstig van Hartelust (Tilburg), die onder andere wild gevangen apen importeert vanuit Cambodja en Vietnam.Van deze 10.000 apen zal 67% onderworpen worden aan veiligheidstesten en toxiciteitstesten van farmaceutische producten. Denk hierbij aan het testen of een bepaald goed schade oplevert aan ogen of oren, gevolgen heeft voor het functioneren van de voortplantingsorganen of hallucinaties kan veroorzaken. De overige 33% van de apen worden onderworpen aan testen in de medische sector. Denk hierbij aan hersenonderzoek tot orgaantransplantaties en van griep tot verslaving.Hoewel er jaren geleden plannen zijn geweest voor een centrum voor proeven op apen in Maastricht is daar nu geen sprake meer van. In Maastricht zitten op dit moment geen apen in het proefdiercentrum.
  • Honden: vooral beagles zijn zeer gewenst vanwege hun zachte karakter maar de afgelopen jaren zijn er ook op veel andere rassen testen uitgevoerd. De Universiteit Maastricht is na ophef om het gebruik van labradors volledig gestopt met het testen op honden. Daarvoor zijn er in dezelfde locatie ook testen uitgevoerd op afgekeurde politie-honden.Het aantal honden dat in 2017 gebruikt is voor dierproeven (909 honden) is maar liefst tientallen procenten hoger dan in 2016 (656 honden). Ook het aantal honden dat de test niet mag overleven is beduidend hoger; 50% ten opzichte van 41% het jaar daarvoor.Honden zijn zeer populair voor het testen op hart- en vaatziekten. Daarnaast komen de meest uiteenlopende onderzoeken voor, van onderzoek naar tand & tandvlees tot kanker en van onderzoeken voor de farmaceutische industrie tot epilepsie.
  • Katten: werden er in 2016 nog slechts 89 katten gebruikt voor dierproeven, steeg dit aantal in 2017 al naar 200 van deze dieren. Deze stijgende lijn lijkt een voortzettende trend te zijn, gezien er in 2015 slechts 61 katten zijn gebruikt in Nederland.Katten zijn populaire ”onderzoeksobjecten” voor onder andere aandoeningen aan de luchtwegen. Ook is het niet een onbekende test om kittens maandenlang van het zicht te ontdoen, waarna de dieren worden afgemaakt om de invloed van deze handelingen op de hersens te kunnen bestuderen. Andere testen zijn onder andere studies naar het locomotorisch stelsel (denk hierbij aan het verstoren van de ruggengraat waardoor de katten hun poten niet meer op een samenhangende manier kunnen bewegen).
  • Konijnen: een zeer geliefde diersoort voor testen, als we de cijfers erop naslaan. Zo krijgen konijnen in Nederland veelal ziekteverwekkers ingespoten waarna het lichaam antistoffen gaat ontwikkelen. Deze worden vervolgens afgenomen. Werden er in 2016 door heel Nederland nog ”maar” 8579 konijnen gebruikt, was dat in 2017 al opgelopen tot 9764. De cijfers van 2018 laten nog op zich wachten maar de trend voorspelt niet veel goeds. Van deze konijnen waren er 171 genetisch gemanipuleerd.Andere voorkomende testen zijn onder andere het toedienen van stoffen tijdens de zwangerschap om te zien wat de effecten zijn op de baby’s, het vroegtijdig afbreken/manipuleren van de zwangerschap om misvormde konijntjes (of te vroeg geboren konijntjes) te kunnen bestuderen of het testen van vaccins.
  • Schapen: Bij proefdieren denkt men niet zo snel aan het schaap. Toch worden ook deze individuen vrijwel dagelijks aan testen onderworpen. Hoewel het aantal gebruikte schapen aanzienlijk lager is dan 2015 (2126) is het sindsdien toch weer stijgende. Zo werden er in 2016 nog 438 schapen gebruikt, waren er dat in 2017 alweer 558. Deze dieren hebben onder andere te maken gekregen met het inspuiten van uitwerpselen in de buikholte (bloedvergiftiging) en experimenten op de ongeboren lammeren in de baarmoeder. Daarnaast zijn er ook schapen gebruikt voor hart- en vaatziekten, kraakbeenaandoeningen en longziekten.
  • Varkens: Een ander voorbeeld waarvan men eveneens niet zo snel verwacht dat er een proefdier van is gemaakt, is het varken. Een van de dieren waarvan het aantal wel is gedaald, hoewel het ten opzichte van 2015 (8402) dan weer juist gestegen is. In 2016 werden er namelijk 10.129 varkens gebruikt waar dat in 2017 gezakt was tot 9738.
    Deze dieren worden veelvuldig gebruikt in het onderzoek naar brandwonden, hersenbeschadigingen, aandoeningen van blaas en urinewegen, oogziekten en longziekten. Varkens zijn ook vaak het slachtoffer van xenotransplantatie, hoewel deze ingrepen tot op heden niet succesvol blijken te zijn. Ook voor studenten worden regelmatig varkens beschikbaar gesteld, om van te leren en om kleinschalig onderzoek op te verrichten.

    De komende weken zal er meer informatie over dierproeven worden toegevoegd.